header nl2

Resultaten Zahara II studie

 

Recent zijn de eerste twee artikelen verschenen die resultaten van de ZAHARA II studie beschrijven. Bij vrouwen met aangeboren hartafwijkingen komen zwangerschapscomplicaties en complicaties bij de kinderen meer voor dan bij gezonde vrouwen. De ZAHARA II studie werd verricht om meer inzicht te krijgen in het ontstaan van complicaties tijdens de zwangerschap, zoals hoge bloeddruk en zwangerschapsvergiftiging, maar ook het ontstaan van complicaties bij de kinderen. Dit werd gedaan door onder andere de doorbloeding van de moederkoek en van de navelstreng te meten door middel van een echo bij de gynaecoloog.

 Het eerste artikel laat zien dat bij vrouwen met aangeboren hartafwijkingen de doorbloeding van de moederkoek en de navelstreng minder goed is dan bij gezonde zwangere vrouwen zonder hartafwijking. Uit dit onderzoek komt ook naar voren dat er een verband bestaat tussen de complicaties tijdens de zwangerschap (inclusief de complicaties bij de kinderen) en de verminderde doorbloeding van de moederkoek en de navelstreng. Daarnaast werd er een verband gevonden tussen een aantal hartfunctie parameters (zoals een verminderde rechter kamerfunctie voor de zwangerschap, lekkage van bepaalde hartkleppen) en verminderde doorbloeding van de moederkoek en navelstreng. Deze bevindingen laten zien dat een verminderde doorbloeding van de moederkoek en navelstreng een van de mechanismen kan zijn van het optreden van zwangerschapscomplicaties en complicaties bij de kinderen van vrouwen met aangeboren hartafwijkingen en dat een verminderde hartfunctie mogelijk bijdraagt aan de verminderde doorbloeding.

Het tweede artikel richt zich op het voorspellen van het optreden van cardiale complicaties tijdens de zwangerschap en de aanvullende waarde van de hartfalen biomarker NTproBNP. In 10% van alle zwangerschappen werden complicaties gezien, waarbij hartfalen en ritmestoornissen het meest voorkomend waren. Uit het onderzoek kwam naar voren dat behoudens het hebben van een kunstklep en een verminderde pompfunctie van de rechter kamer, ook een verhoogd NTproBNP bij 20 weken zwangerschap een risicofactor is voor het optreden van cardiale complicaties tijdens de zwangerschap. Daarnaast had het bepalen van NTproBNP een aanvullende waarde voor de risico inschatting, naast de andere genoemde risicofactoren. Dit is een belangrijke bevinding, aangezien de risico-inschatting zo steeds verder afgestemd kan worden op de patiënt en mogelijkerwijs beïnvloeden deze resultaten ook de intensiteit van de controles in de toekomst. De tijd zal dit echter uit moeten wijzen.

De onderzoekers bedanken alle patiënten en gezonde vrouwen voor hun deelname om deze fantastische resultaten te kunnen behalen.

 

 

Onderzoek Plotse Hartdood

Onderzoek naar Plotse Hartdood en Hartritmestoornissen bij Volwassen Patienten met Aangeboren Hartaandoeningen. Een van de belangrijkste complicaties van aangeboren hartaandoeningen is het optreden van ritme- en geleidingsstoornissen van het hart op latere leeftijd. Dit komt ongeveer bij een kwart van de patiënten voor. Tevens is de helft van alle ziekenhuisopnames in deze groep patienten het gevolg van hartritmestoornissen.

De belangrijkste doodsoorzaak bij volwassenen met een aangeboren hartaandoening is acute hartdood, vaak ten gevolge van ritmestoornissen.

Ritmestoornissen kunnen ontstaan op verschillende plekken in het hart en worden ingedeeld in supra-ventriculaire ritmestoornissen en ventriculaire ritmestoornissen. Supra-ventriculaire ritmestoornissen (onder andere atriumfibrilleren, atriumflutter en atriumtachycardie) ontstaan in de boezems van het hart en worden met name gezien bij hartafwijkingen waarbij dilatatie (verwijding) van de boezems optreedt. Voorbeelden hiervan zijn het atrium septum defect, de ziekte van Ebstein en een lekkende mitralisklep. Ventriculaire ritmestoornissen kunnen zonder klachten verlopen, maar ze kunnen ook plotseling ontstaan en tot acute hartdood leiden. Uit eerder onderzoek is gebleken dat hoe complexer de hartaandoening is, hoe groter het risico op het optreden van acute hartdood.

Bovengenoemde ritmestoornissen kunnen verschillende oorzaken hebben, namelijk: de aangeboren hartaandoening zelf, oud littekenweefsel na een doorgemaakte hartoperatie op kinderleeftijd, verwijde boezems of kamers, verhoogde drukken in het hart ten gevolge van bijvoorbeeld vernauwingen van de grote slagaders of kleppen en verminderde pompfunctie van het hart. Bij veel patiënten kunnen meerdere van de bovengenoemde oorzaken een rol spelen.

De behandeling van hartritmestoornissen bestaat uit het behandelen van de oorzaak. Indien dit niet mogelijk is, kan de behandeling verder bestaan uit medicijnen, katheterablatie, een pacemaker of het plaatsen van een inwendige defibrillator (ICD) die bij levensbedreigende hartritmestoornissen een shock geeft om het hartritme weer te herstellen. Echter tot op heden is het nog grotendeels onduidelijk welke patiënten gebaat zijn bij een ICD.

Doel van ons onderzoek

Het doel van ons onderzoek is het voorspellen welke patiënten het meeste risico lopen op ventriculaire hartritmestoornissen en plotse hartdood. Door het achterhalen van risicofactoren kunnen wij in de toekomst patiënten met aangeboren hartaandoeningen een betere behandeling bieden, waardoor het risico op deze complicaties aanzienlijk kan verminderen en complicaties mogelijk zelfs kunnen worden voorkomen.
Het betreft een internationaal onderzoek, in november 2008 geïnitieerd door het ICIN (Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland) en geleid vanuit het Academisch Medisch Centrum, Amsterdam en het Universitair Medisch Centrum, Groningen. De eerste resultaten van het onderzoek worden in maart 2010 verwacht.

Vragen

Heeft u vragen over dit onderzoek dan kunt u contact opnemen met dr. Z. Koyak, arts in het AMC in Amsterdam e-mail: Z.Koyak@amc.uva.nl).

                                                               
ECG 1: Normaal ECG                                                                                                                        

ECG 2: Abnormaal ECG: Ventrikelflutter, levensbedreigende hartritmestoornis

 

Minder salaris met aangeboren hartafwijking

Volwassenen met een aangeboren hartafwijking hebben minder vaak een betaalde baan, verdienen minder en zijn minder goed opgeleid dan gezonde leeftijdsgenoten. Dit meldt het Academisch Medisch Centrum (AMC). Deze patiënten leven gezonder, maar hebben door hun minder goede hart ook op latere leeftijd meer problemen met de gezondheid.

Dat is de balans van tien jaar onderzoek bij volwassenen die als kind hartpatiënt waren.

CONCOR 10 jaar!

Het 10-jarig bestaan van CONCOR is een aanleiding om weer actief op zoek te gaan naar de vermiste patient. In het kader hiervan is er een nieuwe poster gemaakt die wordt verspreid door het hele land. Op verzoek kunnen wij belangstellenden een poster toesturen!