Atrium Septum Defect (ASD)

ASD houdt in dat er een opening is in het tussenschot tussen linker en rechter voorkamer (atrium). Het gevolg is een abnormale bloedstroom van de linkerboezem naar de rechterboezem waardoor de bloedtoevoer naar de longen verhoogd is. Een ASD wordt dikwijls pas op iets latere leeftijd ontdekt omdat het meestal geen of weinig symptomen geeft. Eén op vier aangeboren hartafwijkingen die pas op volwassen leeftijd worden ontdekt zijn ASD. Indien het op jonge leeftijd (voor 6 jaar) wordt ontdekt, kan dit defect vrij gemakkelijk worden hersteld en heeft het kind een normale levensverwachting. Indien het onopgemerkt blijft, is het risico op een ernstige hartaandoening op latere leeftijd (vooral hartfalen) echter zeer groot. Heelkundige techniek bij ASD Het operatief sluiten van een ASD gebeurt via sternotomie (openen van het borstbeen, midden vooraan op de borstkas) en met behulp van kunsthartcirculatie. Voor een ASDII gebeurt de operatie meestal via een gedeeltelijke onderste sternotomie (laag gelegen kleinere insnede). Dit levert een mooier cosmetisch resultaat op. Na aansluiting van de kunsthartcirculatie, wordt het hart tijdelijk stilgelegd. Er wordt een kleine insnede gemaakt in de rechtervoorkamer. Een ASDII kan bijna altijd met een doorlopende hechting gesloten worden, zonder inbrengen van weefselmateriaal.

Een sinus venosus defect wordt meestal met een patch gesloten om vervorming en vernauwing van de monding van de rechter longaders te voorkomen. De patch bestaat uit een stukje weefsel afkomstig uit het eigen hartzakje van de patiënt (pericardpatch). Een ASDI wordt altijd met een eigen pericardpatch gesloten. Ook de spleet in het voorste blad van de mitralisklep wordt dichtgehecht. Alternatief: hartkatheterisatie met paraplusluiting Via een hartkatheterisatie kan het ASD met een paraplusysteem worden gesloten. Er wordt een deel in de rechtervoorkamer en een deel in de linkervoorkamer geplaatst. Zo wordt het defect als het ware door 2 deksels afgesloten. De techniek wordt vooral toegepast bij grotere kinderen. Het is enkel aangewezen bij een ASDII dat centraal gelegen is en meestal niet groter dan 2,5 cm in diameter.

De prognose voor ASD II en sinus venosus defect is zeer goed. Snel na de operatie is er een afname van de diameter van het rechterhart. Er is weinig kans op laattijdige complicaties. De meeste patiënten worden als volledig genezen beschouwd. Als het hart langdurig is uitgezet, ziet men later soms voorkamerritmestoornisen. Bij partieel AVSD is er een verhoogde kans op hartritmestoornissen in de postoperatieve fase. De geleidingsbanen van het hart kunnen immers door tijdelijke vochtopstapeling minder goed functioneren. Postoperatief is de mitralisklep anatomisch niet volledig normaal. Ze moet tijdens de groei blijvend gevolgd worden omdat er steeds een risico blijft op lekken van de klep.

 

Tekening J.P.M. Hamer